Werkgroep Eerlijk Spel – Uitleg ‘Uitslagen in Klassen - Groot tegen Groot en Klein tegen Klein’

(Keuzemogelijkheid 3 uit de voorstellen)

In de Nederlandse duivensport groeit het aantal (mega) hokken, die met een bovengemiddeld aantal duiven spelen meer en meer. Hierdoor worden de ‘gewone of modale hobby melkers’ steeds meer ‘overdonderd’ in de uitslagen. Vooral in vlieggebieden met een aantal bovengemiddeld grote liefhebbers worden de uitslagen gedomineerd en wordt het voor de modale liefhebbers steeds moeilijker om een plaatsje op het ‘Eerste blad’ te bemachtigen. De kansen voor een topnotering zijn door de scheefheid in aantallen en dus kansen volledig uit balans. Hierdoor dreigen steeds meer gewone melkers gedesillusioneerd af te haken en wordt de roep om inkorfbeperkende maatregelen luider en luider.

De werkgroep eerlijk spel, die aangesteld is door de secties, heeft op dit onderwerp onderzocht wat er zoal leeft onder de liefhebbers. De werkgroep heeft uiteindelijk de vier onderstaande voorstellen (keuzemogelijkheden) geformuleerd waaruit de liefhebbers hun keuze kenbaar kunnen maken op de sectieraadvergaderingen van 5 oktober a.s. op Papendal of via de afdelingsvergaderingen.

Keuzemogelijkheid 1 - Inkorfbeperking op basis van aantallen:
Per kadastraal perceel mogen maximaal 40 oude en 60 jonge duiven aan een wedvlucht deelnemen. Overduiven mogen als invliegduiven meegegeven worden maar nemen niet deel aan de wedvlucht.

Keuzemogelijkheid 2 - Inkorfbeperking op basis van aantallen met lijst deelnemende duiven voor seizoen:
Per kadastraal perceel mogen maximaal 40 oude en 60 jonge duiven aan een wedvlucht deelnemen. Voorafgaand aan het vliegseizoen worden maximaal 40 oude en 60 jonge duiven aangewezen die aan de wedvluchten mogen deelnemen. Gedurende het vliegseizoen mag niet aangevuld worden met andere duiven. Overduiven mogen als invliegduiven meegegeven worden maar nemen niet deel aan de wedvlucht.

Keuzemogelijkheid 3 - Vliegen in klassen: Geen inkorfbeperking maar spelen tegen gelijkwaardige aantallen (klassen) d.m.v. 3 gescheiden uitslagen, Groot tegen Groot, Klein tegen Klein en volgens de Fondspiegel berekening:
Voor de uitleg met een praktijkvoorbeeld zie hier onder. Het lag in de planning om onmiddellijk na het vliegseizoen m.b.t. deze keuzemogelijkheid een pilot uit te voeren binnen de afdelingen 1,5 en 9 en de uitkomsten daarvan direct voorafgaand aan de Afdelings- en Sectieledenraad vergaderingen ter beschikking te stellen zodat deze keuzemogelijkheid verduidelijkt kon worden richting de leden. Er bleken uiteindelijk zeer hoge kosten aan verbonden om de pilot te laten doorrekenen door het rekenbureau waardoor we in overleg met het NPO hebben moeten besluiten de Pilots niet door te laten rekenen. Om u toch een compleet beeld te geven van hoe deze methode in elkaar steekt, heb ik hieronder een gedetailleerd en uitgewerkt praktijkvoorbeeld opgenomen. De complete uitslagen van dit praktijkvoorbeeld zijn eveneens te downloaden via de bijgevoegde links.

Keuzemogelijkheid 4 – Niets veranderen:
Niets veranderen en alles laten zoals het is.

 

Keuzemogelijkheid 3 – Een Praktijkvoorbeeld

De komende week worden er per afdeling nog rekenvoorbeelden toegevoegd van de 1e afdelingsvlucht op de midfond. Dus voor een voorbeeld uit uw eigen afdeling kunt u hier klikken.

Doel
Het doel van deze Keuzemogelijkheid 3 methode was het bedenken van een manier van uitslagen presenteren waarbij de voor de kleine/modale liefhebber demotiverende overheersing door de grote melkers teruggedrongen wordt en er daardoor een betere balans komt in de krachtsverhoudingen op aantallen tussen enerzijds de kleine/modale liefhebbers en anderzijds de grote liefhebbers. Hiermee zou de spelvreugde voor de modale liefhebbers vergroot kunnen worden. Bij deze methode wordt, even simpel gezegd, de totale uitslag gesplitst in een tweetal uitslagen. Uitslag 1 “klein tegen klein” en Uitslag 2 “Groot tegen Groot”.

Gemiddelden
Om een goed beeld te kunnen geven van het gemiddeld aantal gespeelde duiven per discipline in afdeling 8 GOU en het gemiddeld aantal deelnemers per discipline, staan in onderstaande tabellen een aantal gemiddelden. Wat hierbij opvalt is dat er een daling van het gemiddeld deelnemende aantal liefhebbers heeft plaatsgevonden in de disciplines Vitesse (-23,4%) en jonge duiven (-23.5%). Verder valt op dat er op de Midfond in 2019 door minder deelnemers t.o.v. 2017, gemiddeld meer duiven zijn ingekorfd (+33,3%)

Gemiddeld aantal duiven per discipline
  Vitesse Midfond Dagfond Jong Marathon Natour
2017 19 12 9 17 6 18
2019 17 16 9 15 6 20

Gemiddeld aantal liefhebbers per discipline
  Vitesse Midfond Dagfond Jong Marathon Natour
2017 1252 949 564 727 269 904
2019 961 919 558 556 263 860


Bepalen rekenfactor van 1,5 ten behoeve van de klassegrens

De bovenstaande tabel van het gemiddeld aantal duiven per liefhebber en discipline en de onderstaand tabel heeft als basis gediend om antwoord te kunnen geven op de vraag: “Wat is een grote liefhebber of wat is een kleine liefhebber?”. Uit een analyse van de 3e vitesse vlucht in 2017 van afdeling 8 bleek dat de grootste groep liefhebbers tussen de 11 en 20 duiven mee deden en dat 81% van de liefhebbers tot 30 duiven heeft gespeeld (zie onderstaande tabel). Voor de 4e vitesse vlucht lag dat percentage rond de 80% van de liefhebbers. Dit betekend dus dat de overgrote meerderheid van de liefhebbers (de modale liefhebber) tot 30 vliegduiven speelt op de wedvluchten. De grote liefhebbers zitten daar (ver) boven. Wanneer je nu het gemiddeld aantal duiven per discipline neemt en dit x 1,5 vermenigvuldigd, kom je dicht in de buurt van die 30 vliegduiven (vitesse) waarmee zo’n 80% van de liefhebbers hun duivensport bedrijven. Natuurlijk kunnen in andere afdelingen de samenstelling van het soort liefhebbers (grote en kleine) wat afwijken maar toch zal deze rekenfactor van 1,5 een prima richtlijn kunnen zijn om te bepalen wat grote dan wel kleine liefhebbers zijn. Doordat de gemiddelden per afdeling kunnen afwijken is het niet wenselijk om met vaste klassegrenzen te gaan werken want dan zou een landelijke vaststelling daarvan, voor een aantal afdelingen negatieve effecten kunnen opleveren. Met de toepassing van de rekenfactor van 1,5 x het gemiddelde voor de klassegrens is de flexibiliteit voor iedere afdeling, speldiscipline en vlucht gewaarborgd.

KLASSE 1 - 10 11 - 20 21 - 30 31 - 50 > 50
Aantal duiven 393 1518 1188 1360 691
Aantal Liefhebbers 46 98 46 34 10
Aantal Prijzen 121 491 387 467 238
Gem. Aantal Prijzen per Liefhebber 2,6 5,0 8,4 13,7 23,8
Gem. Prijs % 31% 32% 33% 34% 34%
Gem. Aantal duiven per Liefhebber 9 15 26 40 69


Bepalen (minimum) deelgetal t.b.v. Fondspiegel punten (Grootmeesters)
In de nu geldende regels t.b.v. de berekening van de fondspiegel punten wordt rekening gehouden met een minimale deelfactor. Dit is voor de diverse speldisciplines verschillend. Bij het ‘Spoor der Kampioenen’ - in de berekening van de Grootmeesters - zijn de huidige minimale deelfactoren resp. : Vit/Midf/Jong/Natour 10 duiven, dagfond 5 duiven, marathon 4/5?. De heer A. Coolen, die regelmatig interessante statistische analyses publiceert in o.a. Het Spoor der Kampioenen, gaf aan dat met de huidig gehanteerde minimale deelgetallen er een flink aantal liefhebbers, bij voorbaat al uitgesloten worden van een hoge notering omdat ze minder duiven te spelen hebben dan het minimum deelgetal. De Fondspiegel punten worden nu immers als volgt berekend:

Fondspiegel formule

Wanneer iemand nu 7 duiven mee doet op een vitesse vlucht en met 6 duiven in de uitslag in totaal 3350 punten heeft gescoord dan levert dat niet 3350 / 7 = 478,6 op maar 3350 / 10 = 335,0 omdat het minimum deelgetal voor de vitesse op 10 duiven is vastgesteld. Hierdoor is een hoge notering in de Fondspiegel / Grootmeesters ranking uitgesloten. Dit is zeker ook het geval op de andere disciplines waarbij er een flinke groep liefhebbers minder duiven korven dan het huidige minimum deelgetal. Om dit probleem op te lossen en bij voorbaat al niet een groep liefhebbers uit te sluiten voor een hoge notering in de Fondspiegel/Grootmeesters ranking heeft de heer A. Coolen geopperd om het minimum deelgetal afhankelijk te laten zijn van het gemiddeld aantal duiven per liefhebber van een vlucht. Bijvoorbeeld: Wanneer 120 liefhebbers in totaal 3120 duiven hebben ingezet op een vitesse vlucht, dan is het minimum deelgetal (3120 / 120 ) : 3 = 8,6 (absoluut afronden naar boven is 9). In formule is dat dus:

minimum-deelgetal-formule

Daarnaast wordt een absoluut minimum deelgetal vastgesteld van 3 en kan dus nooit lager zijn voor de berekening van de Fondspiegel/Grootmeesters punten.

Verklaring kolommen set in de uitslagen
K1 : Klassering in de uitslag van alle liefhebbers die t/m het aantal duiven van de klassegrens hebben ingekorfd (Uitslag Klein tegen Klein)
K2 : Klassering in de uitslag van alle liefhebbers die een hoger aantal duiven dan de klassegrens hebben ingekorfd (Uitslag Groot tegen Groot)
SP : Klassering in de uitslag van alle liefhebbers volgens de Fondspiegel/Grootmeesters rekenmethode (Uitslag wie heeft er het best gepakt)
TPL : Klassering in de Totale uitslag Groot en klein samen
SPPUNT : Totaal Fondspiegel / Grootmeesters punten


Uitgewerkt voorbeeld met de diverse uitslagen
Onderstaande afbeeldingen zijn van het 1e blad van de diverse uitslagen. Deze volledige uitslagen zijn middels onderstaande links downloaden:

Afdeling 8 GOU N34 Quievrain 24-8-2019 Uitslagen Keuzemogelijkheid 3 Vlieggebied ZO
Totaal Uitslag Uitslag klasse 1 Klein tegen Klein Uitslag Klasse 2 Groot tegen Groot Uitslag Fondspiegel

In dit uitgewerkte voorbeeld is de vlucht N34 Afd. 8 Vlieggebied ZO vanuit Quievrain van 24-8-2019 j.l. gebruikt, doorgerekend en gepresenteerd in bovenstaande uitslagen (pdf formaat)
In totaal werden door 265 liefhebbers 6091 duiven ingemand voor de vlucht vanuit Quievrain. Het gemiddeld aantal duiven is dus 6091 : 265 = 22,9
De klassegrens voor de splitsing van de uitslagen klein tegen klein en groot tegen groot is 1,5 x het gemiddelde en wordt derhalve voor deze vlucht 22,9 x 1,5 = 34,35 afgerond naar boven dus 35
Dit betekend dat alle liefhebbers die 1 t/m 35 duiven mee hebben in Uitslag 1 terecht komen en liefhebbers die 36 duiven of meer mee hebben in Uitslag 2 terecht komen.
Het minimum deelgetal dat gebruikt moet worden voor de berekening van de Fondspiegel / Grootmeesters punten is 22,9 : 3 = 7,6 afgerond naar boven dus 8

De totaal uitslag ziet er als volgt uit (1e blad) en is illustratief voor het ‘probleem’ waar de modale liefhebber tegenaan lopen. De liefhebbers met grote aantallen duiven mee domineren de uitslag.
(totale uitslag evenals de andere uitslagen zijn via bovenstaande link te downloaden)

Totale Uitslag N34

Wanneer nu bovenstaande totaal uitslag opgesplitst wordt in Uitslag 1 (klein tegen klein) en Uitslag 2 (groot tegen groot), middels de vastgestelde klassegrens van 35 voor de vlucht N34, ontstaan er een tweetal uitslagen waarbij iedere liefhebber geklasseerd wordt tegen vergelijkbare liefhebbers in aantallen. Dit zou de spelvreugde voor die groep ten goede kunnen komen. De Uitslag voor de groep kleine liefhebbers (1 t/m 35 duiven mee) is dan als volgt:

Uitslag 1 Klein tegen Klein

De Uitslag voor de grote liefhebbers is:

Uitslag 2 Groot tegen Groot

De Uitslag volgens de Fondspiegel / Grootmeesters rekenmethode staat hieronder en geeft het best weer wie er op deze vlucht vanuit Quievrain het best heeft gepakt:

Uitslag Fondspiegel


Samenvattend

Deze rekenmethode maakt een splitsing in uitslagen tussen grote en kleine liefhebbers aan de hand van een berekende klassegrens per vlucht die wordt bepaald door het gemiddeld aantal duiven te delen door het aantal liefhebber en dit te vermenigvuldigen met de rekenfactor van 1,5.

Een gelijkwaardige krachtmeting voor liefhebbers qua aantallen.

Bij deze rekenmethode is er is geen sprake van een inkorfbeperking en is iedereen vrij om zoveel duiven te spelen als hij/zij zelf wil. Dit heeft dus ook geen gevolgen voor het terugverdienen van afschrijvingsgelden (onderdeel van de vervoersprijs per duif) voor de geïnvesteerde gelden in containers.

De rekenmethode is toekomstbestendig en over alle afdelingen toepasbaar omdat de gemiddelden per afdeling nogal uiteenlopen. Het is niet ondenkbaar dat deze gemiddelden met het verloop der tijd oplopen of wellicht afnemen. Wanneer men vaste klassegrenzen zou formuleren, zal er ieder jaar opnieuw bekeken moeten worden  of die klasseindeling nog voldoet. Aanpassingen daarin zullen weer tot kosten lijden in rekenprogrammatuur en dat is niet wenselijk.

Met deze methode wordt per vlucht bepaald of je een “grote” dan wel “kleine” inkorver bent.

Met deze methode zal ook het aantal te vervoeren duiven minder sterk teruglopen t.o.v. een vaste klassegrens of een beperking op aantallen (40/60).

Gedurende het seizoen lopen de ingekorfde aantallen per speldiscipline steeds verder terug. Door het meebewegen van de klassegrens die elke vlucht opnieuw wordt bepaald, hou je toch een gesplitste uitslag in stand die recht doet aan “Groot tegen Groot” en “Klein tegen Klein”.

De rekenmethode heeft geen invloed op het traditionele Aan- en Onaangewezen kampioenschap 1:10 (verfijnd) omdat de punten nog steeds verdiend worden in de totale uitslag.
Als toetje is er wel een extra uitslag in de vorm van een Fondspiegel/Grootmeesters klassering waarin per vlucht te zien is wie er het best heeft gepakt.
Eventueel is daaraan ook een kampioenschap per discipline te verbinden omdat op iedere vlucht “Fondspiegelpunten” te verdienen zijn t.o.v. de totale uitslag.

De punten voor de duifkampioenen worden gehaald uit de totale uitslag.


Sportgroeten,

Bob Berendsen
Werkgroep Eerlijk Spel

 

Extra Uitslagen per afdeling van de eerste midfondvlucht in afdelingsverband gelost

Afdelingen Totaal Uitslag Uitslag Klasse 1 Uitslag Klasse 2 Uitslag Fondspiegel
Afd. 1 Zeeland Totaal Klein tegen klein Groot tegen Groot Fondspiegel
Afd. 2 Brabant 2000 Totaal Klein tegen klein Groot tegen Groot Fondspiegel
Afd. 3 Oost Brabant Totaal Klein tegen klein Groot tegen Groot Fondspiegel
Afd. 4 Limburg Totaal Klein tegen klein Groot tegen Groot Fondspiegel
Afd. 5 Zuid-Holland Totaal Klein tegen klein Groot tegen Groot Fondspiegel
Afd. 6 Noord-Holland Totaal Klein tegen klein Groot tegen Groot Fondspiegel
Afd. 7 Midden-Nederland Totaal Klein tegen klein Groot tegen Groot Fondspiegel
Afd. 8 Gelders Overijsselse Unie Totaal Klein tegen klein Groot tegen Groot Fondspiegel
Afd. 9 Oost Nederland Totaal Klein tegen klein Groot tegen Groot Fondspiegel
Afd. 10 Noord Oost Nederland Totaal Klein tegen klein Groot tegen Groot Fondspiegel
Afd. 11 Friesland Totaal Klein tegen klein Groot tegen Groot Fondspiegel