Vanaf 1977 toen we met ons gezin verhuist zijn van de ziepseweg 101 naar de nieuw zelfgebouwde woning aan de schweitzerstraat 14 in Didam, ben ik me steeds actiever gaan bezig houden met de duifjes.
Mijn pa helpen met hokken krabben en donderdag- en vrijdagavond, tijdens het seizoen, lekker mee naar Hein Hendriks, aan de Wilhelminastraat in Didam, alwaar in een schuur, tegenover de molen van Wim Strijbosch, de duifjes van onze verenging werden ingemand voor de vluchten.
Daar kreeg ik als 7-jarige jongetje dat mee mocht met zijn pa om de duifjes in te manden, altijd een heerlijk koud flesje limonade, in mijn gedachte komt de merknaam Riedel steeds weer bovendrijven, dat er zeker bij het warme weer in die periode smaakte alsof er een engeltje over je tong pieste!
Fantastische duivensport destijds in een gemoedelijke zorgeloze sfeer. De duivensport floreerde als nooit te voren! Het waren de tijden van de machtig mooie bondsconcoursen van de N.A.B.v.P. waar destijds nog zeer grof gepould werd om een aardig zakcentje over te kunnen houden als de duifjes je niet in de steek lieten. Gelukkig kon ik destijds mijn spaarvarken aardig vullen want de kwaliteit die mijn pa toen al onder de pannen had was gekend in de regio. De ouwe vale, de 31, de 01, de 85, de goeie 65, de oude rooie e.a. werden stuk voor stuk gevreesd door de concurrentie. Het was het soort van Hector de Smet gekruist met een rooie duivin van Wim Jansen uit Ulft, alwaar destijds het mooie weer mee gespeeld werd. Ook de enkele rechtstreekse van John Lambrechts, presteerde het om soms als enige op de dag van lossing “erdoor” te komen.
In de jaren tachtig zijn er wat Huyskens-van Riel, alsmede enkele Stichelbauts bijgekomen van het Belgische kweekstation Natural. Daar zat een fantastisch koppel bij. Hieruit kweekte we in 1980 de 43 en de 44. Als jong niet echt bijzonder maar goed gebouwd en altijd fris waren destijds de maatstaven om te mogen overwinteren. Als jaarling knalde de 44 werkelijk de sterren van de hemel en werd destijds beste jaarling in de club. Zijn nestbroer de 43 viel eigenlijk wat prestaties betreft wat tegen maar mocht, omdat zijn broer het wel goed deed, toch overwinteren om het als tweejarige nogmaals te proberen. Nou, hij heeft ons ruimschoots bedankt voor het vertrouwen. Dat jaar vloog hij een aantal 1e prijzen in de club en ook in de destijds zeer sterke kring Doetinchem speelde hij een 2e, 3e en 6e tegen duizenden duiven. Het waren de vluchten vanuit Compiegne, Soissons en “Pontje Max” waarop ze het bij warm weer zeer goed deden. Zulke dingen blijven je bij, zeker als klein jochie met wat snot aan zijn neus en net droog is achter de oren.
Het was ook de tijd dat de gekende veiling meester Sander Krouwel van de combinatie Krouwel-Polman uit Tiel de jaarlijks terugkomende late jongen verkopingen hield in de legendarische zaal “Brink” in Elden. Onder zijn stortvloed aan aanprijzingen en prachtige manier van verkopen was het op en top genieten en kon niet tippen aan een dagje Efteling of ander bezoek aan een pretpark of museum. Hier werden een aantal kleinkinderen van de “46” van Piet Verbart aangeschaft waarvan enkele nazaten nog op teletekst stonden. Goeie duiven waren dat! Zeker die uit de Wandelaar wat later bleek een voortreffelijke vererver te zijn geworden. Helaas is de “530” toen ontsnapt uit de ren in een onoplettend moment…
Destijds werd er ook regelmatig een bonnetje gekocht van sterk spelende liefhebbers. Zo kwamen we ook in het bezit van de “rooie” van Henk Kobesen, die we als jong van de 2e ronde hadden uitgezocht. Als jaarling niet bijzonder maar als 2-jarige speelde hij op een loei zware Ruffec, met de zon brandend op het asvalt zodat het smolt en met een NO wind speelde hij anderhalf uur los vooruit in de gehele N.A.B.v.P. tegen duizenden duiven om enkele weken later niet terug te keren van een ogenschijnlijk gemakkelijk tussenvluchtje….
In 1985 hadden we ook een geweldig fondduivinnetje “de 38” die uit een gitzwarte van Wanrooij doffer van Leo Rompelaar uit Didam kwam en als moeder een Delbar duivin had die we op de kop hadden getikt op de totale verkoop van Wim de Ruiter in de Grietsche Poort te Zevenaar. Deze duivin speelde 14 zeer goeie prijzen op de overnachtfond. Daarna is er geprobeerd wat nazaten uit te kweken maar geen één kon tippen aan de kwaliteiten van hun moeder. We hebben toen besloten om haar, op 10-jarige leeftijd weer te spelen op Bergerac alweer ze haar 15e overnachtprijs behaalde, geen gewoon prijsje, maar ruim “voor het nietje” in de nationale uitslag.
Het was ook in die jaren dat we meer opzoek gingen naar zware overnachtduiven van de edele “Aarden” en “Cattrijsse” origine. Bij Gerard & Ario van Zelderen, Cees van Aert, Martha van Geel, August Damen, Huub Peters, Gert Jan Braam en anderen waarvan me de namen zijn ontschoten, werd rechtstreeks aan de bron geput. De kweekhokken puilden op een gegeven moment uit waardoor 80% van de duiven “kwekers” waren en er maar met 20% van de duiven gevlogen kon worden. Een kompleet scheve bezetting!
Het roer ging derhalve in 1995 volledig om en alle kweek duiven voor de overnachtfond werden verkocht. Het was in de tijd dat de vruchten uit de rechtstreekse bij Louis van Loon gehaalde duiven de kwaliteit van hun overheerlijke overwinningsmaak lieten proeven op de wedvluchten. De van Loon duiven werden zuiver gehouden en geconcentreerd rondom het stammoedertje. Deze machtige duivin, een kleindochter van de “Blauwe van ‘84” van Louis van Loon, loopt nu nog (2010) in 28 van de 40 aanwezige duiven als een rode loper door de stambomen van mijn duiven. De Mariën duiven via Wieger & Geert Elzinga waren in de kruising met de van Loontjes ook een schot in de roos en hebben van deze twee lijnen een soort gevormd. De nauwe inteelt en verwantschap tussen alle duiven noopte mij op zoek te gaan naar uitmuntend materiaal dat ik deze zomer en najaar bij de super sympathieke Jan de Ruiter uit Teuge heb weten te bemachtigen! Deze fantastisch gebouwde duiven, die onderling ook nauw verwant zijn, ga ik kruisen met de ingeteelde van Loon-Elzinga stam die mijn pa en ik samen hebben opgebouwd. Ik hoop hiermee een vervolg te kunnen geven aan een levensverhaal “… The story continues.
De eerste jongen gaan in januari 2011 geboren worden. Moet gek gaan dat het niet gaat pakken!

















