There are no translations available.

Ogen: theorie of wetenschap?

De ogentheorie behoort waarschijnlijk tot een van de meest verguisde en veroordeelde aspecten in het beoordelen van kwaliteiten bij postduiven. Het wordt vaak afgedaan als onzinnig en totaal onbelangrijk. Goede duiven moet je hebben! Dat is het enige dat telt. Maar wat maakt een goede duif een goede duif? De intrinsieke waarde? Het hok? De ligging? De liefhebber? De gehanteerde methode? Het trainingsschema? Ik ben van mening dat de intrinsieke waarde van de duif de doorslaggevende factor zal blijven, want dat is erfelijk bepaald! ogenpuzzelGoede duiven op slechte hokken laten zelden hun ware klasse zien. Eveneens geldt dat goede duiven bij slechte liefhebbers met een slecht systeem of trainingsprogramma ook niet echt uit de verf komen. Het omgekeerde zie je tegenwoordig steeds meer. Middelmatige duiven op superhokken, gemanaged door super liefhebbers met veel tijd of verzorgers en uitgekiende trainingsmethoden, voeding en begeleiding gaan met de kopprijzen lopen. Toch zijn ook onder die groep enkele duiven die er met kop en schouders bovenuit steken, en ook die hebben extra kwaliteiten in de ogen, die je ook bij de krabbers kunt aantreffen!
Op deze duiven moeten we ons concentreren en ze kunnen leren herkennen, en dan hoef ik u niet te vertellen dat zulke duiven ook bij de “krabbers” aanwezig zijn en veel minder geld kosten!

Als je kampioenen vraagt of ze kijken naar de ogen dan is er maar een enkeling die ernaar kijkt, zeggen ze….. Kom je op dergelijke hokken en dan met name op het kweekhok, dan zie je, ondanks dat ze er niet naar kijken, de meest prachtige kweekogen! Wie houdt nu wie voor de gek, zult u zich dan afvragen? Dergelijke liefhebbers benaderen het op een andere manier. Ze werken op basis van Trial en Error. Ze kweken uit duiven en als blijkt dat er bruikbare of zelfs hele goede duiven uitkomen verhuizen ze definitief naar het kweekhok. “Toevallig” hebben dan deze ontdekte kwekers wel prachtige kweekogen, althans het merendeel omdat er ook duiven tussen zitten die op basis van een enkele toevalstreffer, of een uitermate combinatiegeschiktheid, een plusduif op de wereld hebben gezet en (onterecht) naar het kweekhok zijn gepromoveerd om vervolgens nooit meer een gelijkwaardig kind, als die ene Super, voort te brengen. Hoe vaak gebeurt dat wel niet? Ik ben de tel kwijtgeraakt….

Trial en Error is een manier die veel wordt toegepast en waarbij er veel gekweekt moet worden om die “Extra Kwekers” te ontdekken. Als u veel ruimte en tijd heeft en graag veel duiven wilt houden, doe dan gerust zo verder! Wie ben ik om u tegen te houden?

Is de ruimte, de tijd of misschien ook wel het geld de beperkende factor, dan kan het ook anders! Nee, moet het anders!

Ik ben ervan overtuigd geraakt dat overal en op ieder hok, goede duiven en zelfs hele goede kwekers zitten. Zoals bijvoorbeeld bij Nico Naamloos uit Werkendam. Nico is een druk baasje die af en toe keihard kan uithalen op de vluchten, ook met wind op het kop en met de koperen ploert hoog aan de hemel, nestelt hij zich in het snuitje van de uitslag en ja, zelfs op teletekst. Prachtig! Prachtig! maar….. het is eigenlijk maar een paar keer per jaar en alleen in de periode waarin hij vakantie heeft zodat hij zijn duiven dan de nodige (extra) aandacht kan geven. Die man heeft hele goede duiven! alleen het wordt niet ontdekt omdat de achtergrond bij die prestaties niet is gekend. Bij zulke liefhebbers moet je zijn voor versterking. De naamlozen! Dat scheelt aanmerkelijk in je portemonnee!

Maar… zult u zich afvragen uit welke duiven moet ik dan jongen kiezen of welke kweekduiven moet ik dan proberen te kopen? Tja… daar helpt je de kennis van de ogentheorie een flink stuk op weg!

Superkwekers, stamduiven en As-duiven hebben, ZONDER UITZONDERINGEN !! , die oogtekens die hun kwaliteiten verraden!

Ik hoor alweer een Maar bij u opkomen. Zijn alle duiven met prachtige ogen dan een garantie voor goede nazaten? Nee, zo wil ik het niet stellen. Als aan dergelijke duiven lichamelijk het een ander fout zit (spieren, vleugelpatroon, evenwicht, pluim) dan kweek je er ook veel rotzooi uit!

Ik ben de laatste die beweert dat beoordeling op ALLEEN de ogen de weg is naar succes. Nee ook de andere aspecten van een duif zijn belangrijk, maar dat hoef ik u natuurlijk niet uit te leggen.

Ik kom tegenwoordig zelden hokken tegen waarbij de meerderheid van de duiven uit voddenbalen bestaan. Het merendeel is reeds uitgeselecteerd of weggebleven op de trainingen c.q. wedvluchten. De algemene bouw is voldoende tot ruim voldoende. De spierkwaliteit, vleugelpatroon, pluimage, evenwicht en karakter maken de duif specifiek voor een bepaalde afstand en ja, er zijn er ook, die kop kunnen vliegen van 100 tot 1000 km maar door de specialisatie op onderdelen en trainingsmethoden worden deze duiven steeds zeldzamer.

We hebben het over As-duiven en het herkennen van Extra Kwekers. Het zijn namelijk deze duiven die een waarborg geven voor de toekomst van je hok. Nog nooit, nee nog nooit! Zag ik Asduiven of extra kwekers met slechte (kweek)ogen. Dus kunnen we onze kansen vergroten door te zoeken naar duiven met extra oogtekens waaruit kweekwaarde af te lezen valt. De nietszeggende vlakke ogen, zonder diepe kleuren en kweekkenmerken kunnen we dus overslaan in het kiezen van kweekmateriaal. Waar u dan zoal op moet letten, ga ik het een volgende keer met u over hebben!

 
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Bezoekers stats
62216
VandaagVandaag7
GisterenGisteren126
Deze weekDeze week345
Deze maandDeze maand2636
TotaalTotaal62216
Banner
Banner
Banner