De stille uitverkoop van een generatie
Het is geen crisis die in hevigheid losbarst, nee het is een crisis die knaagt - letterlijk en figuurlijk!. En de rekening wordt doorgeschoven naar degenen die nog moeten beginnen...
Er waait een harde wind door de wereldeconomie. Amerikaanse staatsobligaties, ooit het anker van rust in elk portfolio, schommelen op niveaus die we decennialang niet zagen. Het rendement op de 10-jaars Treasury tikte deze week 5,34 procent aan — het hoogste sinds 2002. De 30-jaarsrente steeg naar 5,68 procent, eveneens een piek in meer dan twintig jaar.
Wat er gebeurt, is in essentie een herwaardering van risico. De Amerikaanse overheidsschuld is de 40 biljoen dollar gepasseerd, en de jaarlijkse rentelast is voor het eerst hoger dan 1 biljoen dollar. De federale begrotingstekorten naderen de 2 biljoen dollar. De markt begint langzaam te beseffen dat een deel van wat we altijd 'risicovrij' noemden, in werkelijkheid een risicovolle belegging is met een fiscale premie. Die constatering heeft gevolgen ver buiten Washington.
De dollar als slokdarm
Europa haalt zijn energie in toenemende mate uit de Verenigde Staten. Ongeveer 60 procent van de Europese LNG-import kwam in de eerste acht maanden van 2026 uit Amerikaans schaliegas. De invoer van Amerikaans LNG is sinds 2021 ruim verdrievoudigd, en het aandeel groeit nog steeds. De Europese Commissie heeft in een handelsakkoord toegezegd voor 750 miljard dollar aan Amerikaanse energie te kopen tot 2028.
Elke lading LNG wordt in dollars afgerekend. Europa moet dus structureel dollars kopen om zijn energierekening te betalen — een vaste vraag naar dollars die de euro onder druk zet. De dollar slokt zo een groeiend deel van onze energierekening op. En de ironie is wrang: de Russische afhankelijkheid is niet vervangen, maar aangevuld. Terwijl het Amerikaanse aandeel stijgt, beleefde de import van Russisch LNG begin dit jaar zelfs een recordkwartaal. We zijn nu van twee leveranciers afhankelijk, en betalen er een van in een valuta die we zelf niet beheren.
De rente die ons wordt opgelegd
Terwijl de Amerikaanse 10-jaarsrente boven de 5 procent uitkomt, staat de Duitse Bund op bijna 3,5 procent en de Nederlandse tienjaarsrente op 3,6 procent. Dat verschil van bijna twee procentpunten is historisch groot. Maar het betekent niet dat Europa ontsnapt aan de Amerikaanse rentebeweging.
Het tegendeel is echter waar. Als Amerikaanse obligaties ruim 5 procent bieden en Duitse Bunds nog geen 3,5 procent, dan moet een belegger veel vertrouwen in Europa hebben om zijn kapitaal in Frankfurt te parkeren in plaats van in New York. Dat trekt kapitaal naar de Verenigde Staten. Om het vast te houden, moeten Europese rentes stijgen of komt de euro onder druk. Het eerste gebeurt al volop.
De Duitse tienjaarsrente is gestegen naar het hoogste niveau sinds 2011. Frankrijk leent inmiddels tegen bijna 4,9 procent, Italië tegen ruim 4,6 procent. Dat Frankrijk, de tweede economie van de eurozone, duurder leent dan Italië, was lange tijd ondenkbaar. De fiscale zwakte zit niet langer alleen aan de zuidrand van Europa, maar in het hart ervan. De ECB heeft de depositorente in september verhoogd naar 2,5 procent en waarschuwt dat de inflatie "aanhoudend" is. ECB-president Lagarde noemde de oorlogen in het Midden-Oosten en Oekraïne als factoren die "het pad van de energieprijzen verder omhoog duwen".
Er is geen ontsnapping. De Europese rente wordt niet langer alleen in Frankfurt bepaald. Ze wordt mede bepaald door de marge die beleggers eisen om Europese obligaties te verkiezen boven Amerikaanse. En die marge wordt groter.
De belastingdruk die niet wordt benoemd
In Nederland komt daar een factor bij die niets met Washington te maken heeft, maar wel dezelfde kant op werkt: een eigen politieke keuze. De Miljoenennota 2027 bevat een lastenverzwaring van 6,9 miljard euro, waarvan 5,8 miljard op arbeid drukt. Het Centraal Planbureau rekent voor dat de mediane koopkracht in 2027 met 0,1 procent daalt — voor het eerst sinds de energiecrisis van 2022. Het Nibud constateert dat de daling "vooral komt door de belastingverhoging" en waarschuwt dat sommige maatregelen slechts zijn uitgesteld, niet geschrapt.
Opvallend is dat de lonen volgens het CPB harder stijgen dan de prijzen. Werkenden zouden er dus op vooruit moeten gaan. Dat ze dat niet doen, komt door de fiscus. De belastingschijven worden slechts gedeeltelijk geïndexeerd: van de inflatie van 2,7 procent wordt minder dan de helft gecompenseerd. De grens voor het toptarief wordt niet verhoogd. De loonstijging wordt zo weggebelast. De lastenverzwaring wordt niet als zodanig aangekondigd; ze sijpelt binnen via de achterdeur van de inflatie.
Voor jongvolwassenen die vermogen proberen op te bouwen voor een woning, betekent dit dat elke euro die ze opzijzetten minder oplevert dan voorheen. De overheid neemt een groter deel van het inkomen, precies in de fase waarin de financiële basis voor een gezin moet worden gelegd.
Het huis dat niet komt
De woningmarkt is het punt waar al deze krachten samenkomen. In het eerste kwartaal van 2026 stegen de prijzen van bestaande koopwoningen met 5,2 procent jaar-op-jaar. De gemiddelde aankoopprijs lag op 492.199 euro. De hypotheekrente voor een tienjaars NHG-lening is opgelopen naar 4,4 procent, tegen 3,6 procent een jaar eerder. Alleen al door die rentestijging ligt de bruto maandlast bij een gelijk leenbedrag zo'n 10 procent hoger. Tel daar de prijsstijging bij op, en een starter is voor dezelfde woning al gauw 15 procent meer per maand kwijt dan een jaar geleden.
De Nederlandsche Bank constateert dat de betaalbaarheid voor starters "historisch slecht" is en voorlopig niet zal verbeteren. Het woningtekort bedraagt 384.000 woningen. De overheid wil jaarlijks 100.000 woningen bouwen, maar DNB schat dat daarvoor jaarlijks 40 miljard euro nodig is. Het is een ambitie die op papier bestaat en in de praktijk niet wordt gehaald.
Er is een opvallende paradox: het aanbod van te koop staande woningen neemt toe, vooral doordat verhuurders hun panden verkopen vanwege de verslechterde fiscale positie van verhuur. Het aanbod bij NVM-makelaars is in vijf jaar verdubbeld van 18.000 naar 37.000 woningen. Maar dit compenseert de structurele krapte niet. De doorstroming stokt, en starters blijven onderaan de ladder staan.
De demografie die alles versterkt
En dan is er nog de factor die alle bovenstaande problemen versterkt: het geboortecijfer. Het Nederlandse vruchtbaarheidscijfer ligt rond 1,4 kinderen per vrouw, ver onder het vervangingsniveau van 2,1. Het aantal 65-plussers groeit de komende decennia veel sneller dan het aantal mensen dat werkt. Een steeds groter deel van de AOW wordt uit de algemene middelen betaald. De premie is gemaximeerd en de uitgaven stijgen, dus dat aandeel groeit elk jaar. Een krimpende beroepsbevolking moet een groeiende groep gepensioneerden ondersteunen. Dit is geen nieuw inzicht. Wat nieuw is, is dat de problemen op de woningmarkt, de belastingdruk en de rente-omgeving de demografische neergang versnellen. Jongvolwassenen die geen betaalbare woning kunnen vinden, stellen het stichten van een gezin uit of zien er helemaal van af. Het geboortecijfer daalt verder. De vergrijzing verergert. De fiscale druk op de volgende generatie stijgt.
De rekening die niet wordt betaald
Er is een patroon in al deze ontwikkelingen dat moeilijk te negeren is. De Verenigde Staten financieren hun tekorten met schulden die de wereld koopt. Europa betaalt daaraan mee via hogere rentes en een dure energierekening in dollars. Nederland legt er met zijn eigen belastingkeuzes nog een schep bovenop. En de generatie die nog moet beginnen — degenen die een woning zoeken, een gezin willen stichten, vermogen proberen op te bouwen — betaalt het meest, zonder ooit een stem te hebben gehad in de keuzes die tot deze situatie hebben geleid.
De Amerikaanse schuld is een probleem van de Amerikanen. Maar de prijs wordt deels betaald door Europeanen die hun energie in dollars moeten afrekenen, hun spaargeld zien wegsmelten door inflatie, en hun kinderen geen woning kunnen geven.
Het is geen crash. Het is een langzame uitverkoop... En de rekening? Die komt later.
Juist daarom doen de politieke keuzes van nu ertoe, meer dan ooit. Ze bepalen hoe wij dit land achterlaten voor onze kinderen, en hopelijk voor onze kleinkinderen.